|
|
De islam is op dit moment de grootste bedreiging voor Europa.
|
|
|
|
 |
|
|
|
|
 |
| Column | Wie is Wim | Vlaams parlement | Gemeenteraad | Activiteiten |

MIJN CURRICULUM
Burgerlijke stand
- Geboren te Brasschaat op 19 juli 1969
- Getogen te Mariaburg (Ekeren)
- Woont te 3300 Tienen, Kabbeekvest 16
- Gehuwd met Reinhilde Bollen
Studies
- Lagere school in Mariaburg (Ekeren)
- Humaniora: college Sint-Jan Merksem
- Licentiaat Moderne Geschiedenis (K.U. Leuven)
Beroepsloopbaan
- Universitair medewerker Kamerfractie VB (1995-1999)
- Redactiemedewerker VB Magazine (1999-2002)
- Redactiesecretaris VB Magazine (2002-2004)
Politieke loopbaan
- Lid van het Vlaams Blok sinds 1987
- Gemeenteraadslid in Mol (1995-1998)
- Gemeenteraadslid in Tienen sinds 2001
- Vlaams parlementslid sinds 13.06.2004
Vlaamse Beweging
- Lid NSV-Leuven (1987-1994)
- Praeses NSV-Leuven (1991-1992)
- Hoofdredacteur Branding (1992-1994)
- Lid van de Voorpostraad (1994-2001)
- Hoofdredacteur Revolte (1994-1999)
- Verantwoordelijke Avondland vzw (1999-2004)
- Voorzitter OSB!-Brabant (oud-NSV)
Vrije tijd
Buiten politiek en Vlaamse beweging blijft er nog weinig tijd over.
Als het kan: pintje pakken, reizen, koken, uit eten gaan, lezen…
INTERVIEW MET WIM VAN DIJCK
- Hoe waren uw jeugdjaren?
Ik kan terugblikken op een zeer fijne jeugd. Ik ben opgegroeid in Sint-Mariaburg, een wijk die geschraagd lag over de gemeenten Ekeren en Brasschaat. Wij woonden aan de Ekerse kant, een wat ouderwetse, maar reuzegezellige tuinwijk. Iedereen kende er iedereen. De jongens gingen naar de gemeenteschool en de scouts, de meisjes naar de nonnenschool en de Chiro. Vader had aan de kerk een apotheek. Daar waren ook nog een bakker, twee kruidenierswinkels, een kapsalon en een wassalon. Later kwamen daar nog een kapsalon en een frituur bij. Ik had er heel wat vrienden en onze vrije tijd brachten we op straat door, ofwel bij een van de vriendjes thuis. Heerlijk.
Die dorpsgemeenschap werd brutaal verstoord door de gemeentefusies. Ekeren werd bij de stad Antwerpen gevoegd. De Mariaburgers hadden zich nog in een referendum uitgesproken voor aanhechting bij Brasschaat, maar het mocht niet baten. De gemeenteschool werd opgedoekt en veel ouders stuurden hun kinderen naar scholen buiten het dorp. Zo verloor ik het contact met heel wat klasgenoten. Ikzelf ging voortaan naar Sint-Jan in Merksem. Bovendien verhuisden ook wij naar Brasschaat. Dat was wel wennen. Gelukkig bezorgde de jeugdbeweging (de scouts in Brasschaat-Centrum) mij een heleboel nieuwe kameraden.
- Hoe kwam u in contact met politiek?
Van huis waren we Vlaamsgezind. Vader was (samen met zijn zus - mijn tante) een tijd actief in de Volksunie, maar toen die partij het Egmontpact sloot, stopte hij ermee. Bij mijn grootmoeder lag altijd ’t Pallieterke op het schap. Maar meer dan dat was het ook niet. Ik ging niet aan het handje naar IJzerbedevaarten of Zangfeesten, of zo. Ook op de humaniora was politiek niet echt een favoriet onderwerp. Alleen koos iedereen wel partij in de Koude Oorlog: voor de Amerikanen (en de raketten) of ertegen. Sommige leraars lieten affiches hangen op school voor de fameuze anti-raketten-marsen, die haalden wij - ‘rechtse’ jongens - dan weer weg. Enkele (extreem-)linkse leraars konden ook op wat bescheiden weerwerk rekenen in de klas. Maar echte politieke activiteiten werden er op school niet ontplooid.
Pas in het laatste jaar kwam ik in contact met de partijpolitiek. Een vriend van mij duwde me een pamflet onder de neus van het Vlaams Blok. Het was gericht tegen de komst van een moskee in de Vandeperenboomstraat in Borgerhout. De slogan luidde ‘Meer Borgerhout, minder Borgerokko’. Dat was de stijl toen. Ik heb het scheurstrookje ingevuld en opgestuurd en na het bestuderen van het infopakket dat ik toekreeg, ben ik dan lid geworden. In 1987, net voor ik naar de unief zou gaan.
- Wanneer werd u echt politiek actief?
In Leuven. Ik wilde per se op kot. Thuis werd het me wat te benauwd. Maar ik wilde in het verre Leuven wel iets doen, al was het maar om een sociaal leven te hebben. Bij de inschrijvingen had ik een heel pak pamfletjes meegekregen van de studentenorganisaties die Leuven rijk was. Ik hen de stapel doorgenomen, en hield twee velletjes over: één van het KVHV en eentje van de Nationalistische Studentenvereniging. Hoewel het maar een armzalig pamfletje was, sprak de duidelijke taal mij zeer aan en ’s anderendaags stond ik al voor de deur van het toenmalige verbondskot in de Standonckstraat. Het was Bart Laeremans die opendeed. Die was toen praeses van de NSV en hij liet er geen gras over groeien: even later was ik lid.
Door de NSV werd ik een politieke activist. Ik voerde acties bij de vleet (onder meer met TAK), ik schreef blaadjes vol, deelde pamfletten uit, nam deel aan betogingen… Zes jaar lang, waarvan één als praeses. Toen ik afstudeerde was ik gepokt en gemazeld in de politieke actie.
- En het Vlaams Blok?
Omdat ik tijdens de week in Leuven zat, kon in Brasschaat moeilijk het Vlaams Blok komen versterken. Maar in Leuven werden wij bij elke verkiezing gevraagd om te plakken voor de partij. De NSV was wel ongebonden, maar de meesten van ons deden dat werk graag. In 1987 was het trouwens al meteen ‘prijs’: op 13 december waren er verkiezingen. Toen pakte het Vlaams Blok voor het eerst uit met de slogan ‘Eigen Volk Eerst’. Moeilijk voor te stellen nu, maar de verkiezing van twee Kamerleden (Gerolf Annemans en Filip Dewinter) en één senator (Karel Dillen) werd gevierd als een enorme overwinning. Ook de klap van 24 november 1991 maakte ik in Leuven mee. Zelden zo gefeest als toen…
Pas toen ik na mijn studies verhuisde naar Mol, waar mijn lief (vanaf 1994 mijn vrouw) vandaan kwam, stortte ik mij in de afdelingwerking van de partij. Niet veel later werd ik het eerste Vlaams Blok-gemeenteraadslid in de Kempense gemeente. Dat was toch wel een uitdaging, want ik woonde er niet eens een jaar.
- U kon van uw hobby ook uw beroep maken ...
Tja, dat geluk had ik. Ik had gesolliciteerd bij de partij en kwam op een ‘wachtlijst’ te staan. Ondertussen gaf ik hier en daar wat les, en stond ik op een gegeven moment zelfs hamburgers te bakken bij McDonalds. Toen kwam het bericht dat ik Nele Jansegers mocht vervangen tijdens haar zwangerschapsverlof. Eind april 1995 (in volle verkiezingsstrijd) kwam ik dienst van de partij. Het begin van een succesvolle loopbaan.
Na een korte beginperiode bij de Vereniging van Vlaams Blok Mandatarissen, werd ik getransfereerd naar de Kamerfractie, waar ik universitair medewerker werd. Onder de vleugels van Gerolf Annemans en toenmalig fractiesecretaris Jan Mortelmans, leerde ik het klappen van de zweep. Dossiers opstellen, wetsvoorstellen voorbereiden, amendementen schrijven,… ik heb het allemaal gedaan. En onder het personeel was de sfeer zeer goed: we beleefden soms reuze lol. Zo hebben we ooit een grappige hommagevideo gemaakt voor Gerolf Annemans, toen hij tien jaar parlementslid was. Die veel zeer in de smaak en Gerolf was in de wolken.
Wat mij ook is bijgebleven, is het ontslag van Willy Claes als NAVO-baas, vanwege het Agusta-Dassault-schandaal. Het was in de Kamer dat hij uiteindelijk de duimen moest leggen. Het Vlaams Blok, in de persoon van Annemans, speelde daarbij een cruciale rol. Ik vergeet nooit het gezicht van een verslagen Claes die de grote trap naar het peristilium afdaalde, waar honderden journalisten en tientallen camera’s van de nationale en internationale pers verzameld waren. Echt ‘de sfeer van de grote dagen’…
- Later ging u aan de slag bij het Vlaams Blok Magazine?
Na vier jaar had ik het in de Kamer wel gezien. Ik wilde eens iets anders doen. Aangezien ik in de Vlaamse beweging aan verschillende tijdschriften mijn medewerking had verleend (Branding van de NSV, Revolte van Voorpost), solliciteerde ik naar een functie bij het ‘maandblad’ zoals het ledenblad van het Vlaams Blok gemeenzaam wordt genoemd. Eind 1999 kon ik op de redactie beginnen, als medewerker van redactiesecretaris Dirk De Smedt. Zo kwam ik ook op ‘de Madou’, het nationaal partijsecretariaat. Na een kort verblijf op de vierde verdieping, verhuisde de redactie naar ‘den Tien’, de verdieping waar ook de voorzitter zijn stek heeft. Ook daar was de sfeer zeer goed en werd er heel wat afgelachen. Na een aantal jaren werd ik zelf de redactiesecretaris en samen met onze vaste ‘lay-out-man’ Dirk Ysenbrandt maakten wij van het Vlaams Blok Magazine een professioneel en frisogend ledenblad.
- Maar nu bent u verkozen ...
Een enorme verassing! Sinds 1998 woon ik in Tienen, waar ik trouwens ook weer gemeenteraadslid ben geworden. Sinds 1995 neem ik deel aan nationale verkiezingen, steeds op opvolgersplaatsen. Voor de jongste verkiezingen stond ik op de lijst als tweede opvolger, na Roland Van Goethem die ook de vierde effectieve plaats bekleedde. Enkel wanneer we in Vlaams-Brabant vijf zetels zouden halen én wanneer Kamerlid De Man zou ‘springen’, mocht ik als opvolger naar het Vlaams parlement. Ik had het eerlijk gezegd niet voor mogelijk gehouden. Maar de kiezer was ons bijzonder gunstig gezind en ik was zowaar bij de gelukkigen. Dat zou overigens nooit gelukt zijn zonder de geweldige ploeg van Tienen en de vele militanten uit het arrondissement Leuven. Het Vlaams Blok was tijdens de campagne alomtegenwoordig!
- Wat gaat u de komende vijf jaar doen in het Vlaams parlement?
Ik zal eerst zeggen wat ik niet ga doen (of toch zo weinig mogelijk): voorstellen van decreet indienen. Ten eerste heeft dat als lid van de oppositie weinig zin: nog nooit werd een voorstel van het Vlaams Blok goedgekeurd. Ten tweede vind ik dat er al veel te veel wetten zijn in dit land. Er worden te snel wetten gestemd, die meestal slecht zijn van kwaliteit, tot heel wat verwarring leiden en de burgers soms tot wanhoop drijven. Neem alleen maar de ruimtelijke ordening. Het decreet daarop werd de laatst jaren bijna twintig keer aangepast, en nog is niemand echt tevreden. Maar elke Vlaming wordt wel geacht zich naar al die wetten te schikken. Soms is dat pure waanzin. Ik zou dus liever wat wetten afschaffen of alleszins vereenvoudigen, want zoals het nu gaat, kan het niet langer.
Mijn voornaamste taak zal erin bestaan de regering te controleren. Dat kan ik met schriftelijke en mondelinge vragen en met interpellaties. Ik ben vast lid van de commissies ‘Brussel en Rand’ en ‘Binnenlandse Aangelegenheden’. Maar ik kan natuurlijk ook in de andere commissies tussenkomen of vragen stellen. Op die manier kan ik ook voor Tienen (waar ik in de gemeenteraad blijf) mijn beste beentje voorzetten.
Daarnaast heeft een Vlaams parlementslid ook een representatieve functie: in naam van de partij aanwezig zijn op betogingen, acties, colloquia, conferenties, mosselsoupers en dergelijke. Op die manier geef je ook een aantal politieke signalen en ontmoet je veel mensen. Dat is natuurlijk ook belangrijk: tenslotte zijn het je kiezers.
- Hebt u nog vrije tijd?
Toch wel, al is het niet veel meer. Er zijn immers ook nog taken in het huishouden. Wij zijn een gezin van tweeverdieners, dus moet ook dat werk verdeeld worden. Daarnaast wandel en lees ik graag. Een boek – fictie of non-fictie, dat maakt niet uit - moet voor mij wel vlot geschreven zijn, anders haak ik snel af. Ik ben wat dat betreft een ‘luie’ lezer. Ik kook ook heel graag. Ik volgde een tijdje les op Elishout in Anderlecht, maar daar ben ik nu mee gestopt. Maar geregeld bezet ik de keuken om te proberen enkele goede gerechten op tafel te toveren. Ik moet zeggen dat dat mij aardig lukt. Ook uit eten gaan, is aan mij zeer wel besteed. Spijzen en dranken (bier en vooral wijn) beginnen een echte passie te worden. Zo wordt ook reizen niet alleen een culturele, maar ook een culinaire ervaring. Ik houd eraan ‘in den vreemde’ de lokale keuken te proeven. Er is wat mij betreft niks ergers dan in heel Europa de fastfoodrestaurants af te schuimen.
- Tot slot: hebt u een levensmotto?
Niet echt. Ik neem het leven wel zoals het is: ik kan de zaken nogal goed relativeren. Enkel (intellectuele) oneerlijkheid kan mij echt de gordijnen in jagen. De houding van de media tegenover onze partij is mij wat dat betreft een enorme doorn in het oog. In tijden van verkiezingen lees ik daarom zo weinig mogelijk kranten en kijk ik niet naar de politieke programma’ op televisie. Uit een soort zelfbescherming, zeg maar.
Ik moet mij ook af en toe herinneren aan de slagzin ‘Plus est en vous’. Ik ben soms te snel tevreden over het werk dat ik aflever. Daardoor ben ik soms al stevig ‘op mijn bek gegaan’. Dat probeer ik nu te voorkomen.
|
|
|